“Uw organisatie moet niet alleen performanter, het diep doorgedrongen syndicalisme moet er ook verder uit.“

Door Paul Van Miert op 21 maart 2017, over deze onderwerpen: Blog, Mobiliteit en openbare werken

Nu we naar Turnhout verhuisd zijn, probeer ik een nieuw “verplaatsingsregime” uit. Waar ik vroeger verkoos zoveel mogelijk met de auto te rijden, probeer ik nu zoveel mogelijk de auto in de garage te laten staan. Allereerst zijn er de files natuurlijk, maar het is voor mij ook kwestie van te weten waarover je praat en kwestie van een vergelijking te kunnen maken. Een hele stap voor mij aangezien ik de eerste 25 jaar van mijn beroepsleven vooral in de wagen doorbracht. Teruggerekend denk ik gemiddeld op 55.000 km per jaar te komen. Dus ergens in de buurt van een totaal van 1,5 miljoen kilometer moet dat wel zitten. En dat zijn vele uren in de auto. En die ga ik nu vervangen door:  te voet naar het station, met de trein naar Brussel, met de bus naar het Parlement en dan de omgekeerde beweging huiswaarts. Of ik het ga volhouden is een andere zaak want met de NMBS is het elke trip wel iets.

Wat is dat toch met de NMBS die zoveel geld opslokt en eigenlijk een hele povere service en kwaliteit daarvoor teruggeeft? Waarom loopt er zoveel fout? Waarom zitten we in Turnhout nog altijd met die oude treinstellen, de bekende varkensneuzen van al meer dan veertig jaar oud? Waarom worden vooral Limburg en De Kempen aan hun lot overgelaten? Het socialistisch mantra is natuurlijk: de besparingen van deze regering. Larie natuurlijk, alsof het die maatregelen zouden zijn die nu ineens zorgen voor al die jaren gebrekkig onderhoud en investeringen, en een totale afwezigheid van een visie en een plan voor een spoorwegmaatschappij van de toekomst.

Weet je waar het aan ligt? De mentaliteit van velen op een managements- of middenkaderpositie bij de NMBS. En je kan het met je eigen ogen vaststellen. Rij maar eens mee van Turnhout naar Brussel. De hoeveelheid troep die je op en naast de terreinen van de NMBS vindt, is niet te overzien. Vanaf Vilvoorde is het zelfs een groot stort. Echt schandalig.  Je vindt half afgewerkte werfjes, verlaten graafmachines en containers die staan weg te roesten. Bouwmaterialen liggen langs de sporen, nieuwe materialen naast opgebroken puin. Kabels die blootliggen omdat alle kabelgoten kapot zijn … als je Brussel binnenrijdt, zie je honderden meters kapotte goten.  En dan stukken kabels, een hoopje bielzen, opengebroken zakken cement… het houdt echt niet op. En dat, dat leert ons alles over het bedrijf NMBS/INFRABEL, over de organisatie van beide ondernemingen.  Zeker als je net als ik uit een kraaknet privébedrijf komt, kan je dit niet bevatten.

SP.A’ers Bertels en Geerts roepen voortdurend: “Het ligt aan de besparingen!” Net zoals ook alle andere tekortkomingen aan Weyts en de besparingen liggen.  Gelukkig bestaat er zoiets als de Railway Performance Index. Een Europese waardemeters van het publiek spoorverkeer. En dan zien we wat iedereen met gezond verstand zelf kan analyseren en concluderen.

 

Tabel 1: De Prestatiebeoordeling van de NMBS in Europa (zie onderstaande tabel)

Wat leert onderstaande tabel ons vooral? Dat we vooral naar “performantie” of prestatie algemeen in de tweede helft van het peloton hangen. Vooral de lage kwaliteitsbeoordeling springt hier in het oog. Maar dan nog kan je bij deze tabel zeggen dat het ligt aan de besparingen van deze regering, ware het niet dat deze cijfers van 2015 zijn wanneer de regering pas in het zadel zat. Let ook eens op de terugval in ranking van plaats 11 naar plaats 15 in de periode van 2012-2015. Dat kan je toch moeilijk op het conto van deze regering schrijven. Dit is vooral een gevolg van het beleid onder de paarse regeringen wat zich vanaf 2010 manifesteert.

 

Tabel 2: Kosten in vergelijking met prestatie NMBS (zie onderstaande tabel)

Wat zien we hier in onderstaande tabel?  Op de onderste lijn staat de kostengraad waar we vaststellen dat we als het gaat over het belastinggeld, wij heel veel spenderen maar naar prestatie toe laag presteren. Een voorbeeld: Noorwegen presteert ongeveer hetzelfde als België maar zij doen dat aan iets maar dan de helft van de kostprijs. Of kijk eens naar Italië. Resultaat is duidelijk: Italië doet het beter dan België maar ook daar kost het een pak minder. Dus enkel aan het geld ligt het niet als het gaat om een goede spoorkwaliteit of als het gaat over service naar de reizigers toe.

 

Tabel 3: Waarde voor je geld afhankelijk van de structurele organisatie van het spoorbedrijf (zie onderstaande tabel)

En tot slot: onderstaande tabel leert ons dat als je de infrastructuurbeheerder de centen laat beheren, je méér waarde voor je belastinggeld krijgt dan dat je de uitbater van de spoorweg de publieke middelen laat managen.  Ook hier staat het Belgische vlaggetje ver weg van de vlaggetjes van onze buurlanden. Zou er dan toch iets mis zijn met hoe we de boel hebben georganiseerd?

 

Het punt dat ik wil maken is simpel. Ook in het Vlaams Parlement roept de oppositie, SP.a moet ik eigenlijk zeggen, voortdurend op Weyts en dat de besparingen een schande zijn en – hou je vast – de oorzaak van de files zijn. Terwijl eigenlijk deze materie federaal is. Maar goed dat terzijde. Op streekoverleg over de spoorwegen begint David Geerts ook liefst met de besparingen te vernoemen en de regering met de vinger te wijzen als het gaat over de gebrekkige service in de Kempen. Wel kameraden, kijk naar onderstaande tabellen gebaseerd op cijfers van 2015 en stel met mij vast:

  1. We investeren beduidend meer geld per inwoner dan vele landen om ons heen, toch is het prestatieniveau ondermaats. Dus meer geld is zeker niet recht evenredig met betere service. Iets minder geld zal dus ook niet in een veel slechtere prestatie resulteren.
  2. De huidige regering is niet verantwoordelijk voor de staat van de spoorwegen.  Niet Federaal niet Vlaams. De duidelijke terugval die men ziet in de tabellen aan het begin van dit decennium is een gevolg van het beleid en de investeringen, de uitbouw van de bedrijven NMBS en INFRABEL in de regeringen de jaren daarvoor. En wie zat er sinds pakweg 1995 allemaal aan het roer van de federale mobiliteitsbeslissingen: Di Rupo, Daerden, Durant, Onckelinx, Anciaux, VdLanotte, Landuyt, Tuybens en tot in 2011 Schouppe. Op Vlaams niveau in die jaren hadden we Baldewijns, Stevaert, Bossuyt en Van Brempt. Bijna allemaal mensen van dezelfde politieke signatuur, van dezelfde partij.
  3. De structuur van onze spoorwegmaatschappij is dramatisch voor de prestatie, en resulteert enkel in weggegooid belastinggeld.

 

In tegenstelling tot de beide socialisten heb ik op 30 april 2015 tijdens de hoorzitting over Basisbereikbaarheid wél goed geluisterd naar wat de heer Paul Van Doninck, CEO van Jernhusen – een Zweedse spoormaatschappij – had te vertellen.  Dat hij duidelijk aantoonde vanuit zijn ervaringen dat een liberalisering van het openbaar vervoer niet tot vervoersarmoede moet leiden was één ding, maar de vinger ging pas echt in de wonde toen hij Roger Kesteloot, CEO van De Lijn direct aansprak. “Uw organisatie moet niet alleen performanter, het diep doorgedrongen syndicalisme moet er ook verder uit.“ En die gedachte, die redenering kan je perfect een op een doortrekken naar NMBS.

 

Foto-album

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is