Voor eind dit jaar 84 benuttigingspercentage van flitspalen in heel Vlaanderen

Door Paul Van Miert op 4 mei 2017, over deze onderwerpen: Mobiliteit en openbare werken

Naar aanleiding van het bericht over de 300 niet-werkende flitspalen in Vlaanderen, bevroeg Paul Van Miert tijdens de plenaire vergadering verantwoordelijk minister Ben Weyts. De minister neemt de nodige maatregelen om dit probleem aan te pakken. Enerzijds zal hij geleidelijk aan de vervanging van analoog naar digitaal doorvoeren, anderzijds zal hij ervoor zorgen dat tegen eind dit jaar voor heel Vlaanderen een gemiddeld bennutigingspercentage van 84 procent van de flitspalen behaald zal worden en een gemiddelde van 80 procent per provincie. 

 

Actuele vraag over maatregelen om het benuttingspercentage van flitspalen te verhogen

Paul Van Miert (N-VA): 

Minister, het verbeteren van de verkeersveiligheid staat bij u hoog op de agenda, en terecht ook. Als we uw beleid van de jongste maanden analyseren, dan zien we dat u vooral veel maatregelen hebt uitgevoerd tegen alles wat met overdreven, onaangepaste snelheid te maken heeft. Ook dat is terecht, want onaangepaste snelheid, overdreven snelheid is maar al te vaak dé oorzaak van ongelukken en veel menselijk leed ten gevolge daarvan.

Ik haal graag even de structurele maatregelen aan die u hebt genomen. Zo is er bijvoorbeeld de 70 kilometer per uur die u hebt ingesteld op de gewestwegen. Ik denk dan bijvoorbeeld ook aan het menselijk aspect, waar u werk van maakt. Het menselijk aspect is ook vaak een factor die aan de basis ligt van verkeersongelukken. U hebt de rijopleiding hervormd. U hebt de praktische en theoretische rijopleidingen een update gegeven, die mee kan anno 2017. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Maar, collega Tobback, die maatregelen hebben weinig effect als er geen handhaving is. Er wordt heel sterk ingezet op handhaving, niet alleen door deze minister, maar ook door de federale minister. Dan gaat het over het intelligentere werk zoals de ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition), dus de nummerplaatlezers, en de trajectcontrole.

We hebben echter ook nog zoiets als de oude getrouwe flitspaal. Minister, dit weekend mochten we vernemen dat er van de 1400 flitspalen die we in Vlaanderen hebben, 300 niet werken. U zei ter zake actie te zullen nemen. Ik heb dus eigenlijk maar één vraag aan u: welke maatregelen gaat u nemen om de benuttingsgraad van die oude getrouwe flitspalen in Vlaanderen opnieuw te doen stijgen?

 


Minister Ben Weyts:

Wat is in concreto het probleem? Heel praktisch is het onder meer het geval dat die detectielussen moeten worden vervangen, dat die opnieuw moeten worden ingefreesd in het asfalt of het beton. In sommige gevallen is er sprake van een aanrijding van de flitspalen, zodat zich op dat vlak een vervanging aandient. Of het gaat hem over een vernieuwing van de toplaag van het wegdek, waardoor dat ook opnieuw moet worden ingefreesd, of er is sprake van opnieuw een keuring. Dat zijn dus allemaal concrete gevallen die dat maken.

Men gewaagt van ‘maar’ 80 procent. Ik weet dat het, gelet op die omstandigheden, toch geen eenvoudige opdracht is om al aan die 80 procent te komen. Bij de start in 2014 zaten we immers op 69 procent. Op twee jaar tijd zijn we er dus in geslaagd om al van 69 procent naar 80 procent te gaan. Dat gaat dus met rasse schreden vooruit. We blijven dat doen. Eind dit jaar moeten we 84 procent voor heel Vlaanderen bereiken, en we zullen dat bereiken.

Belangrijker is echter het volgende. Ik moet absoluut erkennen dat er een onevenwicht is over heel Vlaanderen. In sommige regio’s zitten we bijna aan een percentage van 95 procent, wat eigenlijk een maximum is, maar in andere regio’s zitten we veel te laag.

Ik wil er absoluut voor zorgen dat we tegen het eind van dit jaar voor heel Vlaanderen kunnen spreken over een werking van 84 procent gemiddeld en 80 procent per provincie, dus dat de lat veel meer in evenwicht komt te liggen en we een tandje bij steken. Heel concreet gaat het vooral over Limburg, waar we door omstandigheden een achterstand hebben opgelopen, terwijl we in andere provincies de achterstand veel sneller hebben ingelopen. Dat moeten we absoluut gaan herstellen.

De oefening die misschien nog veel belangrijker is, is dat ik plan om de analoge flitscamera’s te vervangen door digitale exemplaren, waardoor we veel meer kunnen verwerken en alles sneller en efficiënter zal gaan. Nu is ongeveer 30 procent van de camera’s nog analoog, dus met de klassieke filmrolletjes, die moeten worden ontwikkeld en er fysiek uit moeten worden gehaald. Bij digitale camera’s kan dat allemaal worden gemaild en moet er niet meer worden ontwikkeld. Dat gaat veel sneller. Op dat vlak maken we dus ook vooruitgang.

We doen dus twee oefeningen: enerzijds geleidelijk aan de vervanging van analoog naar digitaal, en anderzijds ervoor zorgen dat we tegen eind dit jaar voor heel Vlaanderen geraken aan minimaal 84 procent werkende flitscamera’s.

 

Paul Van Miert (N-VA):

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Iedereen weet dat de flitscamera, of hij nu werkt of niet, sowieso vaak een ontradend effect heeft op de weggebruiker. Maar we moeten er ook van uitgaan dat als de geloofwaardigheid van die installatie wegvalt, ook het aangepast rijgedrag snel zal wegvallen. Daarom zullen uw maatregelen meer dan welkom zijn.

Ik heb nog een bijkomende vraag aan u, minister. Ik kon gisteren in de pers vernemen dat het Hof van Cassatie een uitspraak heeft gedaan als het gaat over het uitschrijven en de hoogte van de boetes en de gemeten snelheid en de gecorrigeerde snelheid. Vroeger bestond de mogelijkheid dat de rechter ofwel de gecorrigeerde ofwel de gemeten snelheid ging gebruiken als basis voor de hoogte van de boete. We hebben moeten vernemen dat vanaf gisteren enkel nog de gecorrigeerde snelheid mag worden gebruikt. Die correctie is 6 kilometer per uur, wat niet weinig is bij sommige snelheden. Minister, hebt u daarover al een standpunt ingenomen?

 

Minister Ben Weyts:

Dan is er de vraag over de tolerantiemarges. Ik heb die gerechtelijke uitspraak gelezen. Juist is juist, natuurlijk. Ofwel zeggen we dat we bij de beoordeling rekening houden met de tolerantiemarge. Maar in dat geval vind ik ook dat we de tolerantiemarge moeten aanpassen aan de realiteit. Juist is juist, dan is 120 ook 120 en passen we enkel een technische tolerantiemarge toe die overeenstemt met de realiteit. Vandaag zijn die flitstoestellen dermate accuraat dat je op 100 kilometer per uur met een afwijking van 2 tot 3 kilometer per uur zit. Juist is juist. Als er een lijn is getrokken op 120, kun je erover gaan met een technische correctie van 2 tot 3 procent of, in dit geval, 2 tot 3 kilometer per uur. Dat wil zeggen dat je effectief op die snelheid wordt geflitst en vervolgens wordt beboet. Je kunt niet een grote tolerantiemarge hanteren die niet correspondeert met de realiteit, en vervolgens voor de rechtbank zeggen dat men jou op basis daarvan zal beoordelen. Dan ben je natuurlijk ver van de realiteit. Het rechtvaardigheidsgevoel is dan volledig ondergraven. Juist is dan niet meer juist, 120 is niet meer 120.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is